ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3372
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en aftrek buitengewone uitgaven in belastingzaak
Eiser ontving in 2003 een AOW-uitkering van €7.876 zonder loonbelastinginhouding en gaf in zijn aangifte onjuist een bedrag van €666 aan als ingehouden loonheffing, terwijl dit een ziekenfondspremie betrof. Verweerder verrekende dit bedrag ten onrechte bij de voorlopige aanslag, maar corrigeerde dit bij de navorderingsaanslag, waardoor eiser een bedrag van €666 moest betalen.
De rechtbank oordeelde dat navordering op grond van artikel 16, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) terecht is, ook zonder nieuw feit, omdat een onjuiste verrekening van voorheffingen plaatsvond. Het argument van eiser dat de ziekenfondspremie geen voorheffing is, werd verworpen. Tevens was kwade trouw niet relevant voor navordering.
Verder stelde eiser aftrek van buitengewone uitgaven wegens chronische ziekte voor, maar kon dit niet onderbouwen. De rechtbank wees dit af. Ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel faalde omdat de wettelijke regeling in artikel 16 AWR Pro de foutenafhandeling volledig regelt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard en de aftrek van buitengewone uitgaven wordt afgewezen.