ECLI:NL:HR:1994:AA2952
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1989
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van f 110.440,-- en een verrekening van loonbelasting van f 29.989,--. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd met hetzelfde belastbaar inkomen, maar zonder verrekening van loonbelasting. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de navorderingsaanslag handhaafde.
In cassatie stelde belanghebbende geen inhoudelijke klachten, maar verzocht om een termijn voor het indienen van een gemotiveerd beroepschrift. De Hoge Raad oordeelde dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd omdat de Duitse loonbelasting onterecht was verrekend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat belanghebbende zowel aftrek als verrekening wilde toepassen, wat strijdig is met de wet.
De Hoge Raad vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verwierp het beroep in cassatie. Hiermee bleef de navorderingsaanslag ongewijzigd gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie en handhaaft de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1989.