ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6967
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting en toekenning schadevergoeding
Eiser, van Chinese afkomst, was eerder in vreemdelingenbewaring gesteld van 30 januari tot 5 april 2007. Destijds werd de maatregel opgeheven wegens het ontbreken van zicht op uitzetting. Op 22 augustus 2007 werd eiser opnieuw in bewaring gesteld. De Staatssecretaris van Justitie voerde aan dat het eerdere oordeel onjuist was en dat er destijds wel zicht op uitzetting bestond, mede op grond van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelt dat het rechtszekerheidsbeginsel en de Vreemdelingenwet 2000 zich verzetten tegen terugkomen op een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. De uitspraken van de Afdeling kunnen niet als nieuwe feiten of omstandigheden worden aangemerkt. Ook andere aangevoerde feiten bieden geen aanleiding om het eerdere oordeel te herzien.
De rechtbank concludeert dat de inbewaringstelling van 22 augustus 2007 onrechtmatig is wegens het ontbreken van zicht op uitzetting. De maatregel wordt opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding van €3205 voor onrechtmatige bewaring toegekend. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting en schadevergoeding van €3205 wordt toegekend.