ECLI:NL:RVS:2007:BC0027
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake nieuwe vreemdelingenbewaring na eerdere opheffing
De staatssecretaris stelde de vreemdeling op 22 augustus 2007 opnieuw in vreemdelingenbewaring nadat een eerdere bewaring was opgeheven. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze nieuwe maatregel gegrond en beval opheffing van de bewaring met toekenning van schadevergoeding. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 22 augustus 2007 een nieuw besluit betreft en niet kan worden beschouwd als verlengde besluitvorming in dezelfde zaak. De rechtbank had moeten beoordelen of er ten tijde van het nieuwe besluit aanknopingspunten waren die het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn konden weerleggen. Uit eerdere uitspraken bleek dat er wel degelijk zicht op uitzetting naar China bestaat, ondanks het geringe aantal afgegeven laissez-passers.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Hiermee werd het nieuwe besluit tot inbewaringstelling bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de nieuwe inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.