ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8344
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van 't Laar
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende zicht op uitzetting Chinese vreemdeling
Eiser, een Chinese vreemdeling, verbleef ruim acht maanden in vreemdelingenbewaring wegens het ontbreken van een identiteitsdocument en het ontbreken van zicht op uitzetting. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie, stelde dat er zicht was op uitzetting omdat de Chinese autoriteiten een laissez-passer konden afgeven, mits medewerking van eiser. Eiser werd verweten onvoldoende medewerking te verlenen.
De rechtbank onderzocht de stand van zaken rond de afgifte van laissez-passers door de Chinese autoriteiten en concludeerde dat hoewel het verkrijgen van een laissez-passer zonder documenten zeldzaam is, het niet onmogelijk is. Eiser had echter niet aannemelijk gemaakt dat hij voldoende pogingen had gedaan om documenten te verkrijgen. De rechtbank stelde dat eiser slechts passief het onderzoek frustreerde en dat er geen andere contra-indicaties zoals criminele antecedenten waren.
Gezien de lange duur van de bewaring en het uitblijven van concrete resultaten van het onderzoek bij de Chinese autoriteiten, vond de rechtbank dat het belang van eiser bij opheffing van de bewaring zwaarder woog dan het belang van verweerder bij voortzetting. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring opgeheven met ingang van 14 november 2007, en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven met ingang van 14 november 2007 wegens onvoldoende zicht op uitzetting.