ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1169
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 19 december 2007 uitspraak gedaan in het beroep van een Chinese vreemdeling tegen de voortzetting van zijn maatregel van bewaring. De vreemdeling betwistte het zicht op uitzetting naar China en stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld, mede vanwege het beperkte aantal vertrekgesprekken en het ontbreken van expliciete vragen naar belangrijke gegevens voor tracering.
Verweerder stelde dat het vertrekgesprek van 19 oktober 2007 wel degelijk had plaatsgevonden en dat er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat, ondersteund door jurisprudentie en ambtsberichten over het Chinese persoonsregistratiesysteem. De rechtbank oordeelde dat ondanks het niet vermelden van het vertrekgesprek in een voortgangsrapportage, de vreemdeling niet in zijn belangen was geschaad.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld door de vreemdeling bij de Chinese autoriteiten te presenteren en maandelijks te rappelleren. De vreemdeling had bovendien geen acties ondernomen om zijn terugkeer te bespoedigen en gaf aan niet terug te willen. Gezien deze omstandigheden en de duur van de bewaring woog het belang van verweerder zwaarder dan dat van de vreemdeling.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.