ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8838
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering uitkering minderjarige vreemdelingen wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel
De ouders van drie minderjarige vreemdelingen vroegen namens hun kinderen een financiële toelage aan op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb). Deze werd geweigerd en reeds betaalde uitkeringen over januari en februari 2007 werden teruggevorderd. De rechtbank oordeelt dat eisers geen rechtmatig verblijf hebben zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waardoor zij geen aanspraak maken op de uitkering volgens de Rvb.
Eisers betoogden dat zij met toestemming van de Nederlandse autoriteiten de behandeling van hun verzoek om voorlopige voorziening in Nederland mochten afwachten en dat de overheid op grond van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) verplicht is voor hen te zorgen. De rechtbank volgt dit niet en stelt dat het enkel afwachten van een voorlopige voorziening geen rechtmatig verblijf oplevert.
Verder oordeelt de rechtbank dat het met terugwerkende kracht intrekken van de toekenningsbesluiten en het terugvorderen van betaalde uitkeringen in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat eisers geen onjuiste gegevens verstrekten en niet redelijkerwijs konden weten dat de uitkering ten onrechte werd verstrekt. De besluiten zijn bovendien ondertekend door onbevoegde ambtenaren, wat leidt tot vernietiging van de besluiten en toewijzing van het beroep.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot terugvordering van uitkeringen en bevestigt dat eisers geen rechtmatig verblijf hebben volgens de Vreemdelingenwet 2000.