ECLI:NL:RBSGR:2007:BC6300
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- S.C. Stuldreher
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling overdrachtsdatum en winstbepaling bouwproject met vernietiging vergrijpboete
Eiseres, een vastgoedontwikkelingsmaatschappij, was betrokken bij de overdracht van een bouwproject aan een dochtervennootschap binnen haar concern. De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting op over 1998, gebaseerd op een hogere overdrachtsprijs dan door eiseres opgegeven, en legde tevens een vergrijpboete op wegens vermeend opzet.
De kern van het geschil betrof de vraag vanaf welke datum het bouwproject aan de dochtervennootschap was overgedragen, de juiste bepaling van de overdrachtsprijs en of het behaalde voordeel tot de belastbare winst van 1998 behoorde. De rechtbank oordeelde dat de terugwerkende kracht tot 20 mei 1998 op zakelijke gronden berustte en dat de overdrachtsprijs moest worden bepaald op de waarde die onafhankelijke partijen op die datum zouden overeenkomen.
De rechtbank achtte de door de Belastingdienst berekende overdrachtsprijs aannemelijk, ondanks dat op dat moment nog geen huurovereenkomsten waren gesloten, omdat de waarschijnlijkheid van verhuur tegen de gehanteerde huurprijzen aan zekerheid grenzend was. Ten slotte oordeelde de rechtbank dat eiseres niet lichtvaardig had gehandeld en dat de vergrijpboete ten onrechte was opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard, de navorderingsaanslag verminderd, de boetebeschikking herroepen en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank stelt de overdracht van het bouwproject vast op 20 mei 1998, vermindert de navorderingsaanslag en vernietigt de vergrijpboete wegens gebrek aan grove schuld.