ECLI:NL:RBSGR:2007:BC9502
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor naheffingsaanslag omzetbelasting bij levering bouwrijp perceel
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of over de levering van een perceel grond omzetbelasting verschuldigd is en of de bestuurder van de vennootschap terecht aansprakelijk is gesteld voor het niet-betaalde deel van een naheffingsaanslag omzetbelasting.
De rechtbank stelt vast dat op het moment van levering het perceel nog niet als bouwterrein kan worden aangemerkt, omdat de sloopwerkzaamheden van de opstallen nog niet voldoende waren gevorderd. De levering is daarom niet belast met omzetbelasting als bouwterrein. Wel oordeelt de rechtbank dat de notariële akte van levering met de vermelding van omzetbelasting als factuur kan worden aangemerkt, waardoor omzetbelasting op grond van artikel 37 van Pro de Wet verschuldigd is.
Ten aanzien van de aansprakelijkheid van de bestuurder overweegt de rechtbank dat hij niet tijdig melding van betalingsonmacht heeft gedaan, zoals vereist op grond van de Invorderingswet. Het vermoeden dat de niet-betaling aan de bestuurder is te wijten, kan niet worden weerlegd omdat de bestuurder onvoldoende heeft onderbouwd dat hij niet op de hoogte was van de belastingschuld. De aansprakelijkstelling voor de boete, heffingsrente en invorderingsrente wordt echter verminderd omdat de verwijtbaarheid daarvoor niet is aangetoond.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de beschikking aansprakelijkstelling voor de boete en rente. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De bestuurder is aansprakelijk gesteld voor de omzetbelasting, maar de boete en rente zijn verminderd wegens onvoldoende verwijtbaarheid.