ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0895
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging bijstandsuitkering wegens onduidelijke woon- en leefsituatie
Eiseres ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Verweerder beëindigde deze uitkering per 1 december 2005 vanwege vermeende schending van de inlichtingenplicht over haar woon- en leefsituatie, gebaseerd op een huisbezoek en rapportage waarin werd gesuggereerd dat zij mogelijk een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-echtgenoot.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de woon- en leefsituatie, ondanks de geuite twijfels. Verweerder baseerde het besluit op het ontbreken van opheldering door eiseres, zonder zelf nader onderzoek te doen, zoals een huisbezoek bij de ex-partner of een buurtonderzoek.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat de inlichtingenplicht niet verder strekt dan relevante feiten voor het recht op bijstand en dat het bestuursorgaan de bewijslast draagt bij belastende besluiten. Het besluit is in strijd met artikel 3:2 Awb Pro en berust niet op een deugdelijke grondslag.
Ook de afwijzing van latere aanvragen van eiseres wordt vernietigd, omdat deze waren gebaseerd op de ondeugdelijke beëindiging. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en schending van de inlichtingenplicht.