ECLI:NL:CRVB:2005:AU8871
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs duurzaam gescheiden leven
Verzoekster, gehuwd met vier kinderen, ontving vanaf 2002 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder nadat haar echtgenoot was uitgeschreven naar een andere gemeente. Naar aanleiding van een anonieme melding werd een onderzoek ingesteld door de gemeente ’s-Gravenhage, waarbij tijdens een huisbezoek in 2004 een persoon werd aangetroffen die mogelijk de echtgenoot van verzoekster was. Op basis hiervan beëindigde de gemeente de uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De voorzieningenrechter van de rechtbank bevestigde dit besluit, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de beschikbare gegevens onvoldoende zijn om vast te stellen dat verzoekster en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden. De Raad stelt dat de gemeente onvoldoende onderzoek heeft gedaan, zoals het horen van de echtgenoot of buurtonderzoek, en dat de bewijslast bij het bestuursorgaan ligt.
Daarom vernietigt de Raad het besluit van 27 mei 2005 en herroept het besluit van 6 oktober 2004. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente in de kosten van verzoekster en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waarbij ook kosten worden toegewezen. De gemeente wordt tevens verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende bewijs dat verzoekster en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden.