ECLI:NL:CRVB:2004:AR5779
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding onder Wet werk en bijstand
Verzoekster ontving sinds 1985 een bijstandsuitkering, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme tip startte de Sociale Recherche een onderzoek naar een vermeende gezamenlijke huishouding met betrokkene [B.]. Uit het onderzoek, waaronder huisbezoeken en getuigenverhoren, bleek dat verzoekster en [B.] feitelijk samenwoonden en zorg voor elkaar droegen.
De gemeente beëindigde daarom de uitkering per 1 januari 2004 en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. Verzoekster stelde in hoger beroep dat de gemeente niet over alle onderzoeksresultaten beschikte en dat niet voldaan was aan de criteria voor gezamenlijke huishouding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente wel degelijk over alle relevante gegevens beschikte en dat de bewijslast bij de gemeente lag. Gezien het gezamenlijke hoofdverblijf en de wederzijdse zorg, waaronder gezamenlijke aanschaf van een keuken en kluswerkzaamheden, was sprake van een gezamenlijke huishouding. De beëindiging van de uitkering was daarom terecht en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De beëindiging van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.