ECLI:NL:RBSGR:2008:BC2432
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voortgezet verblijf wegens onvoldoende verblijfsduur
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie waarin haar aanvraag voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat zij korter dan drie jaar houder was van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'verblijf bij partner'. Eiseres betwistte de ingangsdatum van haar eerste vergunning en stelde dat deze eerder was dan door verweerder aangenomen.
De rechtbank stelde vast dat het toekenningsbesluit van de eerste verblijfsvergunning ontbrak en dat verweerder dit besluit niet kon reproduceren. Verweerder had echter andere stukken overgelegd, zoals het aanvraagformulier, een opschortingsbesluit, een betalingsbewijs van leges en een brief van de vreemdelingendienst, waaruit bleek dat de vergunning met ingang van 7 februari 2003 was verleend. Eiseres kon haar stelling dat de vergunning per 10 december 2002 was ingegaan niet met concrete stukken onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de ingangsdatum van de vergunning 7 februari 2003 was en dat eiseres derhalve niet voldeed aan de vereiste verblijfsduur van drie jaar. Op grond hiervan werd het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter Y.J. Klik op 11 januari 2008.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor voortgezet verblijf wordt afgewezen omdat eiseres niet drie jaar houder was van de vereiste verblijfsvergunning.