ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5098
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Gorter
- C.M. Dijksterhuis
- A. Woltjer
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en afwijzing wijziging beperking arbeid bij verbreking relatie
Eiser, van Turkse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'verblijf bij partner' die geldig was van 18 september 2002 tot 18 september 2003. Op 1 augustus 2003 vroeg hij wijziging van deze beperking in 'arbeid in loondienst'. Verweerder trok de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht per 24 januari 2003 in wegens feitelijke verbreking van de relatie en wees de wijzigingsaanvraag af.
Eiser voerde aan dat de juridische verbreking van het huwelijk pas in juni 2005 plaatsvond en dat hij tot oktober 2004 samenwoonde met zijn partner. Hij betwistte ook de uitleg van het begrip legale arbeid in het kader van het Besluit 1/80 en stelde dat hij tot de primaire beslissing in 2005 aanspraak kon maken op bescherming.
De rechtbank oordeelde dat de relatie feitelijk was verbroken op 24 januari 2003, zoals blijkt uit inschrijvingen in de gemeentelijke basisadministratie. De periode van legale arbeid was slechts vier maanden, onvoldoende voor bescherming onder artikel 6 van Pro het Besluit 1/80. De aanvraag wijziging beperking werd als eerste toelating beoordeeld en afgewezen. De rechtbank vond dat verweerder het nationale beleid correct had toegepast en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht bevestigd.