ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6982
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door te late beslissing op aanvraag verblijfsvergunning asiel
Eiseressen, een gezin van Ethiopische nationaliteit, hebben schadevergoeding gevorderd wegens het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie op hun aanvragen voor afgeleide verblijfsvergunningen asiel. De aanvragen werden pas na respectievelijk tien en twintig maanden in plaats van binnen zes maanden beslist, waardoor het gezin geen volledige bijstandsuitkering kon ontvangen en extra kosten maakte.
De rechtbank stelt vast dat het niet tijdig beslissen onrechtmatig is en aan verweerder kan worden toegerekend. Verweerder voerde aan dat het relativiteitsvereiste niet was vervuld omdat de geschonden norm niet strekte tot bescherming van de vermogensrechtelijke positie van eiseressen. De rechtbank oordeelt echter dat artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, in samenhang met artikel 4:13 van Pro de Awb, juist wel strekt tot bescherming van de materiële belangen van asielaanvragers tegen schade door te late beslissingen.
De rechtbank wijst het beroep toe, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en wijst de Staat aan als rechtspersoon voor vergoeding van griffierecht. De exacte omvang van de schadevergoeding dient nader te worden vastgesteld, mede aan de hand van nadere gegevens over ontvangen leefgelden en schoolkosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de Staat tot vergoeding van materiële schade wegens te late beslissing op de aanvraag verblijfsvergunning asiel.