ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0063
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling immateriële schadevergoeding wegens niet tijdige besluitvorming in vreemdelingenzaak
Eiser, een Iraanse vreemdeling, verzocht om vergoeding van schade als gevolg van onrechtmatig handelen van de Staatssecretaris van Justitie. De aanvraag om een verblijfsvergunning werd aanvankelijk afgewezen, waarna een cruciaal document zoekraakte bij de overheid, wat leidde tot vertraging en onduidelijkheid over de verblijfsstatus.
Verweerder wees het verzoek om schadevergoeding af met het argument dat de geschonden norm niet strekt tot bescherming van materiële schade (relativiteitseis). De rechtbank oordeelde dat de beroepstermijn voor het schadebesluit vier weken bedraagt, maar dat de overschrijding redelijkerwijs verschoonbaar was.
De rechtbank stelde vast dat de onrechtmatige weigering van de vergunning toerekenbaar was, maar dat materiële schadevergoeding niet toekomt omdat de norm niet strekt tot bescherming van vermogensschade. Immateriële schade door spanning en frustratie als gevolg van de niet tijdige besluitvorming komt echter wel voor vergoeding in aanmerking.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het immateriële schade betreft en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor immateriële schadevergoeding en het bestreden besluit op dat punt vernietigd; materiële schadevergoeding wordt afgewezen.