ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0955
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet-tijdige verlening verblijfsvergunning en uitreiking verblijfsdocument
Eiser heeft een verblijfsvergunning aangevraagd op 28 oktober 1998, die pas bij besluit van 13 mei 2004 met terugwerkende kracht tot 28 oktober 2001 werd toegekend. Hij verzocht om schadevergoeding omdat de vergunning eerder had moeten worden verleend en het verblijfsdocument pas op 18 april 2005 werd uitgereikt, waardoor hij geen aanvullende uitkering kon ontvangen.
De rechtbank overweegt dat de regels uit de Vreemdelingenwet 2000 bedoeld zijn om een recht op bestendig verblijf te verlenen en niet ter bescherming van vermogensrechtelijke belangen, zoals het recht op uitkeringen. Het relativiteitsvereiste is daarom niet vervuld en het causaal verband tussen het handelen van verweerder en de schade ontbreekt.
Verder is vastgesteld dat het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond is en dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eiser. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade kan niet in deze procedure worden meegenomen.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen of griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van schadevergoeding wegens niet-tijdige verlening van de verblijfsvergunning en late uitreiking van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.