ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0978
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting van ongedocumenteerde Chinese vreemdeling
Eiser, een ongedocumenteerde Chinese vreemdeling, is sinds november 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld met het doel zijn uitzetting te effectueren. Ondanks meerdere aanvragen en onderzoeken door de Chinese autoriteiten zijn er geen laissez-passers afgegeven, mede doordat deze alleen worden verstrekt aan gedocumenteerde Chinezen. Eiser heeft verklaard geen documenten te bezitten en mee te willen werken aan uitzetting.
De rechtbank stelt vast dat vreemdelingenbewaring slechts gerechtvaardigd is zolang er zicht op uitzetting bestaat. Verweerder moet dit aannemelijk maken. Gezien de langdurige periode zonder afgifte van laissez-passers en het ontbreken van bewijs dat eiser documenten bezit, concludeert de rechtbank dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Verweerder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser niet meewerkt of dat uitzetting binnen redelijke termijn mogelijk is.
De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de bewaring per 17 april 2008 en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de vreemdelingenbewaring per 17 april 2008 wegens ontbreken van zicht op uitzetting.