ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0990
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. de Lange
- A.B.M. Hent
- J.R. van Es-de Vries
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting van ongedocumenteerde Chinese vreemdeling
Eiser, een ongedocumenteerde Chinese vreemdeling, werd op 23 november 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Ondanks meerdere eerdere ongegronde beroepen tegen de voortzetting van de bewaring, stelde eiser dat er geen reëel zicht op uitzetting bestaat omdat de Chinese autoriteiten sinds 2007 geen reisdocumenten aan ongedocumenteerde Chinese vreemdelingen verstrekken.
Verweerder erkende dat in 2007 en 2008 geen laissez passers aan deze groep zijn verstrekt, maar stelde dat dit niet uitsluit dat de autoriteiten bereid zijn documenten te verstrekken indien volledige en juiste informatie wordt aangeleverd. De rechtbank oordeelde dat verweerder geen concreet bewijs of informatie kon leveren over waarom geen documenten zijn verstrekt en dat het standpunt dat geen enkele vreemdeling juiste informatie heeft verstrekt onwaarschijnlijk is.
De rechtbank concludeerde dat het zicht op uitzetting theoretisch is geworden en niet voldoet aan de vereiste van een reëel zicht voor voortzetting van vreemdelingenbewaring. Daarom werd de bewaring met ingang van 4 april 2008 onrechtmatig geacht en opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding van €1.330 toegekend en verweerder veroordeeld in de proceskosten van €805.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens het ontbreken van een reëel zicht op uitzetting, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.