ECLI:NL:RBSGR:2008:BD1907
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor uierinfectie door besmet zaagsel op veehoudersbedrijf
Eiser, een veehouder, bestelde bij [A] Diervoeders 432 zakken eerste klas wit zaagsel, dat door [B] rechtstreeks aan eiser werd geleverd. Kort daarna ontstond op het bedrijf van eiser een ernstige uierinfectie veroorzaakt door de bacterie klebsiella. Onderzoek wees uit dat het zaagsel besmet was met klebsiella, wat leidde tot onbehandelbare uierontstekingen.
Eiser vorderde schadevergoeding van zowel [A] Diervoeders als [B]. [A] Diervoeders beriep zich op haar algemene voorwaarden met een exoneratieclausule, terwijl [B] stelde dat het zaagsel niet ondeugdelijk was en verwees naar eerdere besmettingen en andere leveranciers. De rechtbank oordeelde dat de exoneratieclausule van [A] Diervoeders van toepassing was en dat eiser bekend was met deze voorwaarden, waardoor de vordering tegen [A] Diervoeders werd afgewezen.
Tegen [B] werd geoordeeld dat het zaagsel daadwerkelijk besmet was en dat [B] onrechtmatig had gehandeld door geen adequate controles uit te voeren en het zaagsel zonder waarschuwing aan te prijzen als middel tegen klebsiella. De rechtbank wees het beroep van [B] op exoneratie af wegens onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De vordering tegen [B] werd daarom toegewezen, met uitzondering van een post inzake melkquotum die nader toegelicht moet worden.
Uitkomst: Vordering tegen [A] Diervoeders afgewezen wegens exoneratie, vordering tegen [B] toegewezen wegens onrechtmatig handelen en aansprakelijkheid voor besmet zaagsel.