ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2166
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. Keuzenkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van risicoprofiel en vrees voor onttrekking aan uitzetting
Eiser, een Chinese vreemdeling, werd op 7 mei 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000, vanwege een aanwijzing van de Staatssecretaris en een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Dit vermoeden was gebaseerd op een actie gericht op een groep Chinezen die zich kort voor 1 april 2008 massaal in Ter Apel hadden gemeld en waarbij dactyloscopisch onderzoek had uitgewezen dat 18 personen, waaronder eiser, zich eerder onder een andere naam hadden gemeld.
Eiser voerde aan dat er geen individuele belangenafweging had plaatsgevonden, dat hij zich aan de meldplicht had gehouden en dat hij beschikte over een geldig paspoort. Ook stelde hij dat de grondslag voor de bewaring onvoldoende was en dat de beslissing op zijn asielaanvraag in vrijheid moest kunnen worden afgewacht. Verweerder stelde dat er sprake was van een risicoprofiel en vrees voor onttrekking aan uitzetting, mede omdat eiser niet beschikte over een geldig identiteitspapier en zich niet had gehouden aan de aanzegging Nederland te verlaten.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was. De staandehouding vond plaats op basis van een Excelbestand met relevante gegevens, en het vermoeden van illegaal verblijf was gerechtvaardigd. Er was vrees voor onttrekking aan uitzetting, mede door het ontbreken van een geldig paspoort en eerdere onttrekkingen aan toezicht. Verweerder had voldoende voortvarend gehandeld, aangezien eiser kort na inbewaringstelling een asielaanvraag had ingediend en er zicht was op uitzetting naar China.
De rechtbank verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding, stellende dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen reëel zicht op uitzetting bestond of dat de bewaring onrechtmatig was. De procedure en tenuitvoerlegging voldeden aan de wettelijke vereisten en de belangenafweging was in redelijkheid gerechtvaardigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat de maatregel van vreemdelingenbewaring rechtmatig en gerechtvaardigd is.