ECLI:NL:RVS:2008:BC2998
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vreemdelingenbewaring en belangenafweging bij asielaanvraag
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die de inbewaringstelling van een vreemdeling wegens het vermoeden van onttrekking aan uitzetting onrechtmatig achtte. De rechtbank had de maatregel opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De Raad van State overweegt dat de algemene bewaringsgronden, hoewel van toepassing op vrijwel iedere asielzoeker, zonder nadere motivering kunnen dienen ter onderbouwing van het vermoeden dat de vreemdeling zich aan uitzetting zal onttrekken. Tevens mag het bezit van een vals paspoort in de belangenafweging worden betrokken, ook als dit niet expliciet aan de maatregel ten grondslag is gelegd.
Verder oordeelt de Raad dat de staatssecretaris zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het belang van de openbare orde de inbewaringstelling vorderde, mede gelet op het feit dat de vreemdeling niet direct een asielaanvraag had ingediend en niet de intentie had dit te doen. De klacht van de staatssecretaris leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank, verbetert de motivering en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De beslissing is genomen in het openbaar op 22 januari 2008.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de opheffing van de vreemdelingenbewaring en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.