ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5225
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid asielrelaas
Eiser, een Tsjadische minderjarige, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na een vlucht uit Tsjaad wegens vrees voor vervolging door militairen. Hij stelde dat zijn vader en broer waren gearresteerd, hij zelf was gerekruteerd en opgesloten, en militairen zijn huis meerdere malen hadden bezocht om naar hem te vragen.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het ontbreken van reisdocumenten niet aan hem kon worden toegerekend en omdat het asielrelaas volgens verweerder geen positieve overtuigingskracht had. Verweerder meende dat de bezoeken van militairen willekeurig waren en dat eiser zijn vrees onvoldoende had geconcretiseerd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onredelijk had geoordeeld dat het asielrelaas ongeloofwaardig was. De verklaringen van eiser en de huisbezoeken samen maakten aannemelijk dat eiser in negatieve belangstelling stond van de Tsjadische autoriteiten. Tevens ontbrak een deugdelijke motivering in het bestreden besluit, met name ten aanzien van de beoordeling van de zwaarte van het relaas.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering van de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel.