ECLI:NL:RVS:2007:BA4300
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid van asielberoepen wegens onvoldoende zwaarwegendheid bedreigingen
Appellanten hebben bij afzonderlijke besluiten van 14 november 2005 een afwijzing ontvangen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank verklaarde hun beroepen ongegrond, maar de Raad van State vernietigt dit vonnis omdat de rechtbank onvoldoende heeft beoordeeld of de minister terecht de bedreigingen niet als zwaarwegend heeft aangemerkt.
De minister achtte de feiten van het asielrelaas geloofwaardig, waaronder telefonische bedreigingen, maar vond de vermoedens over de herkomst en ernst ervan onvoldoende onderbouwd. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat zij geen bescherming van de autoriteiten konden krijgen. De Raad van State oordeelt dat de minister op goede gronden heeft geoordeeld dat appellanten niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel.
Het beroep op een categoriale beschermingsbeleid voor Colombia faalt eveneens, omdat dit eerder is verworpen. De Raad van State verklaart de beroepen ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen van appellanten tegen de afwijzing van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard.