ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7189
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinsvorming afgewezen wegens inburgeringsvereiste niet toegestaan
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd met als doel gezinsvorming. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het inburgeringsvereiste in het buitenland, zoals gesteld in artikel 16 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
De rechtbank stelde vast dat artikel 3.13 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) een imperatieve verleningsgrond bevat voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor gezinsvorming of gezinshereniging, mits wordt voldaan aan de voorwaarden in artikelen 3.16 tot en met 3.22 van het Vb 2000. Deze artikelen bevatten geen voorwaarde dat het inburgeringsexamen met goed gevolg moet zijn afgelegd. Ook artikel 3.18 van het Vb 2000 kan deze voorwaarde niet rechtvaardigen.
Verweerder stelde dat het inburgeringsvereiste gekoppeld is aan de mvv-plicht en dat het niet voldoen daaraan tot afwijzing kan leiden. De rechtbank verwierp dit standpunt omdat het in strijd is met de imperatieve verleningsgrond en het stelsel van de wet. Het beleid dat het inburgeringsvereiste ook voor mvv-aanvragen met als doel gezinsvorming geldt, is volgens de rechtbank onverbindend.
De rechtbank concludeerde dat verweerder niet bevoegd was de aanvraag af te wijzen op grond van het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd omdat het inburgeringsvereiste niet als voorwaarde kan worden gesteld voor een mvv voor gezinsvorming.