ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7217
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting en rechtmatigheid bewaring Chinese vreemdeling
Eiser, een Chinese vreemdeling zonder geldige verblijfsstatus, is in bewaring gesteld wegens het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. De rechtbank beoordeelt of de bewaring rechtmatig is en of er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Hoewel de Chinese autoriteiten sinds enige tijd geen laissez-passer meer verstrekken, blijkt uit overleg en inspanningen van de Nederlandse overheid dat er gesprekken plaatsvinden over terugkeerbevordering.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet voldoende heeft onderbouwd dat hij niet de Chinese nationaliteit bezit en dat verweerder de nationaliteit niet betwist. Verweerder heeft met voortvarendheid gewerkt aan uitzetting, onder meer via het Bureau Dublin en overleg met Chinese autoriteiten. De rechtbank acht het aannemelijk dat ondanks het uitblijven van laissez-passer, de Chinese autoriteiten medewerking verlenen en dat uitzetting binnen redelijke termijn mogelijk blijft.
Eiser voerde aan dat terugkeer via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) geen uitzetting is en dat hij niet kan terugkeren vanwege het ontbreken van documenten. De rechtbank bevestigt dat terugkeer via IOM niet onder uitzetting in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 valt en dat de plicht tot medewerking aan uitzetting niet in strijd is met het EVRM. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.