ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8768
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- B.W.P.M. Corbey-Smits
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring Afghaanse vreemdeling
Verzoeker, een Afghaanse vreemdeling, is tot ongewenstverklaring veroordeeld op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, wat reeds in eerdere procedures rechtens vaststond. De rechtbank overweegt dat de vraag of er sprake is van nieuwe feiten (nova) die een heroverweging van de 1F-tegenwerping rechtvaardigen, in de procedure tegen de ongewenstverklaring aan de orde moet komen.
Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de ongewenstverklaring in het belang van de internationale betrekkingen ligt, aangezien een individuele beoordeling ontbreekt en het tijdsverloop sinds de eerste 1F-tegenwerping niet is betrokken in de belangenafweging. Tevens is twijfel gerezen over de toetsing aan artikel 3 en Pro 8 EVRM, met name over het risico op schending bij uitzetting en de inmenging in het gezinsleven.
De rechtbank concludeert dat het bezwaar tegen de ongewenstverklaring een redelijke kans van slagen heeft en dat er een spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening. Daarom wordt de uitzetting van verzoeker geschorst totdat op het bezwaar is beslist. Tevens worden de proceskosten en griffierecht aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting blijft achterwege tot op bezwaar is beslist.