ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9471
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij overdracht naar België
Eiser was in vreemdelingenbewaring met het oog op zijn uitzetting naar België. De bewaring werd op 28 juli 2008 opgeheven in verband met de overdracht aan de Belgische autoriteiten. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de Dienst Terugkeer en Vertrek niet voldoende voortvarend had gehandeld na het positieve claimakkoord van 10 juli 2008. Verweerder stelde dat een algemene termijn van veertien dagen nodig was om de uitzetting te effectueren, maar de rechtbank verwierp dit standpunt omdat voortvarendheid bij iedere uitzetting moet worden betracht.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring vanaf 11 juli 2008 onrechtmatig was omdat verweerder niet aannemelijk had gemaakt waarom de overdracht pas negen dagen na het claimakkoord plaatsvond. Gelet hierop werd het beroep gegrond verklaard en aan eiser een schadevergoeding van € 1.260 toegekend, gebaseerd op € 70 per dag dat de bewaring onrechtmatig voortduurde. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 322.
Uitkomst: De bewaring was vanaf 11 juli 2008 onrechtmatig wegens onvoldoende voortvarendheid en eiser kreeg een schadevergoeding van € 1.260 toegekend.