ECLI:NL:RVS:2007:BB8315
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid uitzettingshandelingen in vreemdelingenbewaring
Appellant is in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen de voortzetting daarvan en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat bij de beoordeling van voortvarendheid van uitzettingshandelingen de individuele feiten en omstandigheden betrokken moeten worden, zoals eerder vastgesteld in een uitspraak van 16 juli 2007. Hoewel appellant terecht klaagde dat de rechtbank dit niet voldoende had onderkend, was er geen sprake van een inbreuk op de vereiste voortvarendheid in de totale uitzettingsprocedure.
De staatssecretaris had onder meer toegelicht dat appellant op de dag na inbewaringstelling was gehoord en dat de uitzettingsprocedure conform een protocol verliep. Ondanks dat sommige stappen in de procedure enige vertraging kenden, was dit niet onrechtmatig. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De voortzetting van de vreemdelingenbewaring is rechtmatig en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.