ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9532
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.C. Dedel-van Walbeek
- A.L. Frenkel
- G.P.I.M. Wuisman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering bekostiging hoger onderwijs Hogeschool Inholland
De Stichting Hoger Onderwijs Nederland (Hogeschool Inholland) stelde beroep in tegen besluiten van de Staatssecretaris van Onderwijs en de Minister van Landbouw waarin de bekostiging over de jaren 2000 tot en met 2003 werd herzien en te veel betaalde bedragen werden teruggevorderd. Deze besluiten volgden op onderzoeken door de Commissie Schutte naar onregelmatigheden in de bekostiging van het hoger onderwijs.
De rechtbank beoordeelde of de herziening en terugvordering rechtmatig waren op grond van artikel 4:49 en Pro 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De rechtbank oordeelde dat de bekostiging terecht was herzien vanwege onderwijs dat niet voldeed aan de wettelijke eisen, zoals onderwijs buiten de vestigingsplaats zonder ontheffing en opleidingen die niet als initieel onderwijs kwalificeerden.
De rechtbank verwierp argumenten van eiseres over onzorgvuldigheid van het onderzoek, schending van hoor en wederhoor, en het evenredigheidsbeginsel. Ook werd geoordeeld dat de terugvordering geen ontneming van eigendom inhoudt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de besluiten van de Staatssecretaris en Minister werden bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van Hogeschool Inholland tegen de herziening en terugvordering van bekostiging wordt ongegrond verklaard.