ECLI:NL:RVS:2008:BC2502
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- D. Roemers
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over terugvordering rijksbijdragen aan Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wijzigde de rijksbijdragen aan de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) over de jaren 1999 tot en met 2002 en besloot bedragen terug te vorderen wegens onrechtmatige bekostiging. Dit betrof onder meer studenten die niet correct waren ingeschreven of geen collegegeld hadden betaald, en mastertrajecten die niet als initiële opleidingen kwalificeerden.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van de HAN deels gegrond en vernietigde enkele besluiten over terugvordering. Zowel de minister als de HAN stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het geschil en oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd was de rijksbijdragen te wijzigen op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank, maar verbeterde de motieven. Zo oordeelde zij dat de inschrijving van studenten voor een andere opleiding dan die zij volgden onrechtmatig was en dat de terugvordering terecht was. Ook werd geoordeeld dat het mastertraject geen initiële opleiding was en dus niet voor bekostiging in aanmerking kwam. De HAN kon niet aantonen dat het collegegeld tijdig was betaald voor enkele studenten. De Afdeling veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten aan de HAN.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte inschrijving en naleving van bekostigingsregels door onderwijsinstellingen en bevestigt de bevoegdheid van de staatssecretaris om rijksbijdragen te corrigeren bij onregelmatigheden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen gegrond met verbeterde motivering.