ECLI:NL:RVS:2007:AZ8495
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- D. Roemers
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugvordering rijksbijdrage aan ROC Zadkine wegens onjuiste deelnemersopgave
De staatssecretaris heeft de rijksbijdragen voor de jaren 2002 en 2003 aan de stichting ROC Zadkine gewijzigd en een bedrag teruggevorderd wegens onjuiste opgave van deelnemers die meetellen voor de bekostiging. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de stichting gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, stellende dat de staatssecretaris reeds op de hoogte was van de feiten en dat de correctie onevenredig was.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris reeds op 23 oktober 2002 redelijkerwijs op de hoogte was van de onjuiste telgegevens, maar dat de bevoegdheid tot wijziging van de rijksbijdrage voor 2002 op grond van artikel 4:49 Awb Pro wel toekwam. Voor 2003 was de staatssecretaris eveneens bevoegd tot wijziging vanwege een eerder opgenomen voorbehoud in eerdere besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de rechtbank ten onrechte een te indringende toets aan artikel 3:4 Awb Pro heeft toegepast en dat de belangenafweging van de staatssecretaris redelijk was. De stelling van de stichting dat zij voldoende privaat vermogen had om de cursusgelden te voldoen, weegt niet zwaarder dan het herstel van de rechtmatige situatie.
Daarom wordt het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de stichting ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de stichting ongegrond verklaard.