ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9872
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks vrijwilligerswerk
Eiser kreeg een boete opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning, vastgesteld op 11 mei 2006. De vreemdeling werkte via een in- en uitleensituatie of aanneming van werk bij eiser, wat niet in geschil was. Eiser voerde aan dat hij geen werkgever was omdat het om vrijwilligerswerk ging en hij geen bedrijf had, en dat hij niet wist dat hij een kopie van het identiteitsdocument moest verstrekken.
De rechtbank oordeelde dat het werkgeversbegrip in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) ruim is en dat feitelijk laten verrichten van arbeid voldoende is om als werkgever te worden aangemerkt, ongeacht of er sprake is van een arbeidsovereenkomst of betaling. Vrijwilligerswerk en vriendendiensten sluiten het werkgeverschap niet uit. Ook het niet op de hoogte zijn van de regelgeving komt voor eigen rekening.
De boete werd vastgesteld conform beleidsregels en tarieflijst, waarbij de rechtbank oordeelde dat de hoogte van de boete niet disproportioneel was en dat verweerder terecht geen rekening hield met draagkracht, mede omdat een betalingsregeling mogelijk is. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt ongegrond verklaard.