ECLI:NL:RVS:2007:BB8945
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door maatschap
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan een maatschap een boete van €22.000 op wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De maatschap had twee vreemdelingen van Angolese nationaliteit werkzaamheden laten verrichten zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen en beschikte niet over afschriften van geldige identiteitsdocumenten van deze en twee andere vreemdelingen van Turkse nationaliteit.
De maatschap stelde dat zij niet in strijd met de doelstellingen van de Wav had gehandeld en voerde aan dat de boete onredelijk hoog was, mede vanwege het ontbreken van verwijtbaarheid en het evenredigheidsbeginsel. Ook stelde zij dat zij ongelijk werd behandeld ten opzichte van een ander bedrijf dat op dezelfde dag werd gecontroleerd.
De Raad van State oordeelde dat de maatschap volledig verwijtbaar was, omdat zij geen controle had uitgevoerd op de vergunningen en identiteitsdocumenten en dat het niet voldoen aan deze verplichtingen strijdig was met de doelstellingen van de Wav. Het beroep op matiging op grond van bijzondere omstandigheden en het gelijkheidsbeginsel faalde. De boete werd derhalve bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €22.000 wordt bevestigd.