ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9367
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet voldoen aan relativiteitsvereiste bij trage asielbesluitvorming
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, diende in 1999 een asielaanvraag in die pas in 2005 met terugwerkende kracht werd toegekend. Hij vorderde schadevergoeding wegens gemiste studiefinanciering door de vertraagde besluitvorming. De rechtbank erkent dat de trage besluitvorming onrechtmatig was en aan de overheid kan worden toegerekend.
Echter, de rechtbank oordeelt dat het relativiteitsvereiste niet is vervuld. De toelating als vluchteling is bedoeld om bescherming te bieden tegen vervolging, niet om studiefinanciering mogelijk te maken. Jurisprudentie van de Hoge Raad en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat vermogensrechtelijke belangen pas na toelating beschermd worden, maar de toelatingsbeslissing zelf is niet gericht op het creëren van die belangen.
Daarom is verweerder niet aansprakelijk voor de door eiser gestelde schade. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen. De rechtbank laat verder de discussie over het exacte moment van toelating onbesproken omdat dit voor de uitkomst niet relevant is.
Uitkomst: Het beroep op schadevergoeding wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan het relativiteitsvereiste.