ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9732
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking aanbod verblijfsvergunning Ranov-regeling
Verzoeker, van Guinese nationaliteit, maakte bezwaar tegen de brief van 21 februari 2008 waarin het eerdere aanbod voor een verblijfsvergunning op grond van de Ranov-regeling werd ingetrokken. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze brief een besluit is waartegen bezwaar mogelijk is en dat het bezwaar ontvankelijk is.
Verzoeker verbleef vijftien dagen in Frankrijk in 2004 en stelde dat hij niet de intentie had zich daar te vestigen, maar slechts tot rust wilde komen. De rechter vond deze stelling onvoldoende onderbouwd en achtte het verblijf niet als een bijzondere situatie die het verblijf buiten Nederland niet tegenwerpt. Verzoeker had geen concrete regelingen getroffen voor terugkeer en het illegale verblijf in Frankrijk werd door de autoriteiten verhinderd.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verzoeker wist dat ononderbroken verblijf in Nederland een voorwaarde is voor vergunningverlening. De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de intrekking van het aanbod voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen.