ECLI:NL:RBSGR:2008:BF1647
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van zijn vreemdelingenbewaring nadat eerdere procedures dit hadden afgewezen. Verweerder stelde dat er zicht was op uitzetting binnen redelijke termijn, mede vanwege recente diplomatieke contacten met Chinese autoriteiten en de afgifte van een laissez-passer.
De rechtbank oordeelt dat deze enkele afgifte van een laissez-passer onvoldoende is om te concluderen dat er sprake is van een structureel gewijzigde opstelling van de Chinese autoriteiten en daarmee zicht op uitzetting binnen redelijke termijn. De rechtbank volgt eerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en meervoudige kamer rechtbank, waarin werd vastgesteld dat concrete aanwijzingen voor uitzetting ontbreken.
De rechtbank acht de voortzetting van de bewaring sinds 21 augustus 2008 onrechtmatig en wijst het beroep toe. Tevens kent zij een schadevergoeding toe van €1.200,-- voor vijftien dagen onrechtmatige detentie en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €644,--. De onmiddellijke opheffing van de bewaring wordt bevolen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring wordt onmiddellijk opgeheven en een schadevergoeding van €1.200 wordt toegekend.