ECLI:NL:RBSGR:2008:BF9098
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling duurzame middelen van bestaan bij gezinshereniging met flexibele arbeid
Eiser diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het oog op gezinshereniging. Verweerder wees de aanvraag af omdat volgens hem niet gedurende elke maand van de relevante driejaarsperiode een inkomen gelijk aan de Wwb-norm was verworven. De rechtbank onderzocht of het middelenvereiste, zoals neergelegd in artikel 3.75 lid 3 van het Vreemdelingenbesluit 2000, aldus moet worden uitgelegd.
De rechtbank stelde vast dat de wetswijziging van 30 oktober 2007 en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een onderscheid maken tussen zelfstandigheid, duurzaamheid en hoogte van de middelen van bestaan. De rechtbank vond dat de uitleg van verweerder, die vereist dat maandelijks het Wwb-normbedrag moet zijn verdiend, niet redelijk is, vooral in situaties van flexibele arbeid met wisselend inkomen.
De rechtbank concludeerde dat het middelenvereiste ook kan worden voldaan als het inkomen gemiddeld over de drie jaar gelijk is aan de norm, ondanks kortdurende perioden met een lager inkomen. Het bestreden besluit werd vernietigd wegens onvoldoende motivering en strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste uitleg van het middelenvereiste bij flexibele arbeid.