ECLI:NL:RVS:2007:BB1361
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Combinatie van inkomstenbronnen bij beoordeling middelen van bestaan in MVV-procedure
In deze zaak betwist de minister van Buitenlandse Zaken het oordeel van de rechtbank dat een combinatie van inkomsten uit arbeid in loondienst en als zelfstandige kan voldoen aan het vereiste van voldoende en duurzame middelen van bestaan voor een MVV-aanvraag.
De Raad van State overweegt dat de wetgever onderscheid maakt tussen zelfstandigheid, duurzaamheid en hoogte van de middelen van bestaan, waarbij duurzaamheid en hoogte twee verschillende vereisten zijn. De minister had ten onrechte aangenomen dat alleen inkomsten uit arbeid in loondienst meetellen voor de duurzaamheidseis en dat een combinatie van inkomstenbronnen niet is toegestaan.
De Raad stelt dat artikel 3.74 van het Vreemdelingenbesluit 2000 een objectieve norm hanteert waarbij het netto-inkomen gelijk moet zijn aan 120% van het minimumloon en dat deze norm van toepassing is op alle inkomstenbronnen. Er is geen wettelijke bepaling die een combinatie van duurzame inkomsten uit verschillende bronnen uitsluit.
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de combinatie van inkomsten uit loondienst en zelfstandige arbeid mogelijk duurzaam voldoende middelen oplevert. De grief van de minister faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.