ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3982
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C.R. Schut
- J.H. Keuzenkamp
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering inmenging gezinsleven
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege betrokkenheid bij ernstige misdrijven volgens artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag. Verweerder beriep zich op bescherming van de openbare orde en internationale betrekkingen. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was tot ongewenstverklaring, maar onvoldoende had gemotiveerd waarom inmenging in het gezinsleven van eiser gerechtvaardigd was, vooral omdat de verklaring niet was gebaseerd op een gevaar voor de openbare orde in Nederland.
De rechtbank stelde vast dat het langdurige verblijf en integratie van eiser in Nederland onvoldoende waren om af te zien van de ongewenstverklaring. Tevens was verweerder niet in staat gebleken om te motiveren waarom inmenging in het gezinsleven noodzakelijk was ter voorkoming van strafbare feiten in Nederland. Daarnaast ontbrak een deugdelijke motivering waarom artikel 3 EVRM Pro niet tot een andere uitkomst leidde, ondanks dat eiser duurzaam niet kon worden uitgezet.
Gelet hierop werd het besluit tot handhaving van de ongewenstverklaring vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het voortduren van de ongewenstverklaring. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Besluit tot handhaving ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van inmenging in gezinsleven.