ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4117
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H. Machiels
- B.W.P.M. Corbey-Smits
- M.I.J. Hegeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering bescherming op grond van subsidiaire status
Eiser, een Afghaanse vreemdeling behorend tot de Tadjiekse bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zijn eerdere aanvragen leidden tot een vergunning op grond van bijzondere hardheid, maar latere aanvragen werden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het gevaar bij terugkeer.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser aanspraak kon maken op bescherming op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, die subsidiariteit beschermt tegen ernstige en individuele bedreiging door willekeurig geweld in een gewapend conflict. Verweerder had dit beroep afgewezen zonder inhoudelijke toetsing, stellende dat deze bescherming inhoudelijk gelijk is aan die van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat verweerder dit standpunt onvoldoende had gemotiveerd, mede omdat prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie lopen over de uitleg van artikel 15. Ook het subsidiaire standpunt dat een geloofwaardig asielrelaas vereist is, werd niet voldoende onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat ook een ongeloofwaardig relaas binnen de reikwijdte van artikel 15 kan Pro vallen indien het niet in de weg staat aan een ernstige en individuele bedreiging.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.