ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4581
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. van den Bos
- A. van ’t Laar
- C. Laukens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Noord-Irak
Eiser, een Iraakse vreemdeling, verbleef bijna zeven maanden in vreemdelingenbewaring en stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Noord-Irak omdat hij niet bereid was een verklaring af te leggen dat hij vrijwillig terugkeert. De rechtbank overwoog dat van een vreemdeling in beginsel mag worden verlangd dat hij verklaart terug te willen keren, en dat deze verklaring vormvrij is en niet verder gaat dan de verplichting om Nederland te verlaten.
De rechtbank stelde vast dat het verbod op uitzetting tijdens de bezwaarprocedure slechts een tijdelijk beletsel vormt en dat binnen twee tot drie weken een besluit over de ongewenstverklaring verwacht wordt. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat de belangen van verweerder zwaarder wegen dan die van eiser, ondanks de overschrijding van de zesmaandentermijn en de persoonlijke omstandigheden van eiser.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en benadrukte dat de bewaring niet onrechtmatig was en dat eiser vrij stond de verklaring niet af te leggen, met de consequentie van een langere bewaring.
Uitkomst: Het beroep tegen voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.