ECLI:NL:RVS:2008:BF5320
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- P.B.J.M. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zicht op uitzetting naar Centraal-Irak ondanks weigering medewerking vreemdeling
De vreemdeling werd in vreemdelingenbewaring gesteld en voerde aan dat er geen zicht was op zijn uitzetting naar Centraal-Irak binnen redelijke termijn. De rechtbank had geoordeeld dat dit niet was aangetoond, maar de vreemdeling stelde dat de staatssecretaris onvoldoende had onderbouwd of er daadwerkelijk uitzettingen plaatsvonden.
De Raad van State overwoog dat de Iraakse ambassade laissez passers verstrekt voor uitzettingen naar Centraal-Irak, mits de vreemdeling actief en volledig meewerkt. Ondanks de verklaring van de vreemdeling dat hij niet wilde terugkeren, leidt dit niet tot het ontbreken van zicht op uitzetting, omdat de ambassade bij medewerking bereid is een laissez passer te verstrekken.
De staatssecretaris gaf aan dat in 2008 daadwerkelijk twee uitzettingen naar Centraal-Irak hadden plaatsgevonden, en dat stappen worden ondernomen om de vreemdeling met een EU-staat uit te zetten. De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.