ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5236
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese vreemdeling, werd op 28 oktober 2008 in bewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel omdat er geen zicht was op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn. De rechtbank overwoog dat ondanks diplomatiek overleg en de afgifte van twee laissez passer door Chinese autoriteiten, er geen concrete aanwijzingen waren dat op korte termijn tot uitzetting kon worden overgegaan.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet voldeed aan de vereisten van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat het zicht op uitzetting ontbrak. De bewaring werd daarom als onrechtmatig beoordeeld. De rechtbank besloot de bewaring met ingang van 18 november 2008 op te heffen.
Daarnaast kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €1.810,- voor de 22 dagen bewaring, conform het vaste beleid en jurisprudentie. Ook werden de proceskosten van €644,- aan eiser toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter M.B. Bax, waarna partijen de mogelijkheid tot hoger beroep werd geboden.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken zicht op uitzetting en eiser ontvangt een schadevergoeding van €1.810,-.