ECLI:NL:RVS:2008:BG4433
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
De staatssecretaris van Justitie stelde een Chinese vreemdeling in vreemdelingenbewaring met het oog op uitzetting. De rechtbank oordeelde echter dat er onvoldoende zicht was op uitzetting omdat de Chinese autoriteiten hun gedragslijn omtrent de afgifte van laissez passer niet hadden gewijzigd en dat de inspanningen van de staatssecretaris onvoldoende concreet waren om op korte termijn tot uitzetting te kunnen overgaan.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank ten onrechte alleen keek naar het handelen van de Chinese autoriteiten en niet naar de medewerking van de vreemdeling en de voortvarendheid van de procedure voor het verkrijgen van reisdocumenten. Tevens voerde hij aan dat recente diplomatieke contacten en een afgegeven laissez passer op 8 september 2008 een gewijzigde houding van China zouden aantonen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat er geen concrete aanwijzingen waren dat de Chinese autoriteiten hun beleid hadden gewijzigd en dat de afgegeven laissez passer onvoldoende was om een verandering aan te nemen. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de inspanningen van de staatssecretaris op korte termijn tot uitzetting zouden leiden. De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens ontbreken van zicht op uitzetting naar China.