ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5274
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese vreemdeling, werd op 4 november 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eerder was zijn bewaring op 16 april 2007 opgeheven wegens het ontbreken van zicht op uitzetting. De rechtbank beoordeelt of er nieuwe feiten zijn die het zicht op uitzetting rechtvaardigen.
De rechtbank constateert dat na een langdurige periode zonder laissez-passers, de Chinese autoriteiten op 8 september en 21 oktober 2008 twee laissez-passers hebben verstrekt, waarvan de laatste aan een ongedocumenteerde vreemdeling. Dit leidt tot het oordeel dat er thans wel zicht op uitzetting bestaat. De procedure en tenuitvoerlegging van de bewaring voldoen aan de wettelijke vereisten.
Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen, omdat aan de voorwaarden van artikel 106 Vw Pro 2000 niet is voldaan. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en verklaart de bewaring rechtmatig.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.