ECLI:NL:RVS:2008:BG4437
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
De vreemdeling werd op 19 augustus 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat er zicht was op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn. Uit diplomatiek overleg tussen Nederlandse en Chinese autoriteiten bleek juist dat vanaf 21 augustus 2008 geen concrete aanknopingspunten bestonden voor een spoedige uitzetting. Hierdoor was de inbewaringstelling vanaf die datum onrechtmatig.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. De vreemdelingenbewaring werd opgeheven en aan de vreemdeling werd een schadevergoeding toegekend. Tevens werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring werd opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting naar China en de vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend.