ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5290
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid vreemdelingenbewaring door niet-onverwijlde consulaire kennisgeving
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf en veroordeeld voor een misdrijf, werd op 31 oktober 2008 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht om schadevergoeding, stellende dat hij niet was gewezen op zijn recht op consulaire bijstand zoals voorgeschreven in het Weens Verdrag.
De rechtbank stelde vast dat de mededeling aan de consulaire vertegenwoordiging niet onverwijld had plaatsgevonden, wat een schending is van artikel 5.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Desondanks oordeelde de rechtbank dat deze schending de bewaring pas onrechtmatig maakt indien de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek.
De belangenafweging viel in het nadeel van eiser uit, omdat hij veroordeeld is voor een misdrijf en ongewenst is verklaard. De rechtbank verwierp ook het betoog van eiser dat een lichter middel had moeten worden toegepast, gelet op het risico van onttrekking aan uitzetting. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.