ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5584
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling wegens gebrek aan uitzicht op uitzetting
Eiser, een Chinese vreemdeling, werd op 13 november 2007 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na een jaar voortduring van deze maatregel, waarbij eiser niet optimaal heeft meegewerkt aan zijn vertrek en de aanvraag van een laissez-passer bij de Chinese autoriteiten nog steeds in onderzoek was, stelde eiser beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat hoewel eiser aanvankelijk zijn vertrek heeft gefrustreerd, deze omstandigheid onvoldoende basis vormt om de maatregel voort te zetten. Verweerder had herhaaldelijk rappelleringen gedaan bij de Chinese autoriteiten, inclusief extra aandacht voor de aanvraag, maar zonder resultaat. De Chinese autoriteiten gaven geen concrete signalen dat een laissez-passer op korte termijn zou worden verstrekt.
De rechtbank nam ook mee dat er geen openbare orde antecedenten van eiser waren. Gezien de lange duur van de maatregel en het ontbreken van uitzicht op uitzetting, oordeelde de rechtbank dat voortzetting van de maatregel niet langer gerechtvaardigd was. Het beroep werd gegrond verklaard, de maatregel opgeheven met ingang van 17 november 2008 en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel wegens gebrek aan uitzicht op uitzetting en wijst het verzoek om schadevergoeding af.