ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7784
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vink
- L. de Loor-Alwin
- G.J. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dividendbelasting inhouding bij controlerende invloed en toepassing EG-verdrag
Eiseres, gevestigd in de Nederlandse Antillen, heeft een belang van 45% in de Nederlandse vennootschap [A BV], samen met andere aandeelhouders die gezamenlijk controlerende invloed uitoefenen. [A BV] hield dividendbelasting in op een interim-dividend van €6.300.000 aan eiseres. Eiseres maakte bezwaar tegen deze inhouding en stelde dat dit in strijd was met artikel 56 EG Pro, dat beperkingen op kapitaalverkeer tussen lidstaten en derde landen verbiedt.
De rechtbank volgde verweerder niet in diens standpunt dat artikel 56 EG Pro niet van toepassing zou zijn vanwege de bijzondere associatieregeling tussen Nederland en de Nederlandse Antillen. De rechtbank oordeelde dat de nationale wet en de BRK niet de reikwijdte van artikel 56 EG Pro kunnen beperken en dat de Nederlandse Antillen als derde land moeten worden beschouwd. Tevens werd vastgesteld dat eiseres en de andere aandeelhouders een samenwerkende groep vormen die de besluiten en activiteiten van [A BV] volledig bepaalt, waardoor artikel 43 EG Pro betreffende de vrijheid van vestiging van toepassing is.
Gezien de controlerende invloed van eiseres op [A BV] en de toepassing van artikel 43 EG Pro, is artikel 56 EG Pro niet van toepassing op de inhouding van dividendbelasting in deze situatie. De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de inhouding van dividendbelasting.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de inhouding van dividendbelasting werd ongegrond verklaard.